Wennink legt de bal op de stip
Nu is het aan ons…
Eerder dit jaar schreef ik dat Nederland kampioen is geworden in afbouwen, niet in opbouwen. Miljarden voor het verzachten van pijn, kruimels voor de toekomst. ASML behouden lukte, maar wel met bestuurlijk kunst- en vliegwerk. Managing decline in plaats van investeren in groei.
Het is dan ook geen toeval dat juist voormalig ASML topman Peter de naamgever van het rapport Wennink is. Het rapport Wennink geeft uitvoerig, concreet en hoopgevend antwoord op het probleem van onze economische stagnatie. Harde keuzes gecombineerd met hoop. Onderkenning van wat er op ons afkomt gecombineerd met strijdvaardigheid. Een analyse van wat er bestuurlijk mis is die niet eindigt in verwijten, maar in een concreet pad naar een betere toekomst.
De conclusie is ongemakkelijk eenvoudig: Nederland groeit structureel te weinig om de samenleving die we hebben gebouwd te blijven dragen. Zorg, pensioenen, defensie, klimaat, onderwijs - alles wat we belangrijk vinden, kunnen we behouden. Alle uitdagingen die op ons afkomen, kunnen we het hoofd bieden. Maar dat vereist wel een economie die meegroeit. Die groei blijft uit als we niet ingrijpen, investeren en innoveren. Niet omdat Nederlanders lui zijn, maar omdat we de grenzen van arbeid hebben bereikt. Meer uren en meer mensen gaan het verschil niet meer maken.
Wat we zeggen versus wat we doen
Als je goed kijkt naar Nederland, zie je een patroon: wat we beweren te willen is niet wat we organiseren. Of, zoals mijn vader altijd zei ‘er is een verschil tussen iets wensen en iets willen. Als je echt wil, dan doe je wat ervoor nodig is.’ We zeggen innovatie te willen, maar stapelen vergunningseisen en regels op elkaar. We roepen dat we koploper in technologie willen zijn, maar het elektriciteitsnet zit vol en bedrijven kunnen niet uitbreiden. We claimen talent te waarderen, maar laten de kwaliteit van ons onderwijs jaar na jaar dalen en ontmoedigen internationale kenniswerkers.
Wat we zeggen te koesteren is precies wat we verwaarlozen.
Het rapport is geen wensenlijstje van het bedrijfsleven om eens even lekker comfortabel en ongestoord flinke winst te kunnen maken. Het laat zien wat nodig is om onze brede welvaart te kunnen behouden. Om een sociale samenleving en goede zorg te kunnen blijven betalen. Het rapport laat ook zien dat de meeste investeringen helemaal niet van de belastingbetaler hoeven te komen. De komende tien jaar hebben we tussen de €151 en €187 miljard aan investeringen nodig om onze productiviteit op peil te krijgen. Dit is vooral privaat geld. Dat geld is er, maar om het in Nederland geïnvesteerd te krijgen is zekerheid, snelheid en richting nodig. En daar gaat het de laatste jaren mis. Nederland is uitzonderlijk goed gebleven in het formuleren van ambities, maar een stuk minder capabel geworden in het realiseren ervan.
Het rapport Wennink noemt vier harde randvoorwaarden die op orde moeten: snellere vergunningverlening, beter geschoold talent, betaalbare en betrouwbare energie, en versterkte economische infrastructuur. Dit zijn geen nieuwe inzichten. Iedereen weet dit al jaren. Wat nieuw is, is de eerlijkheid waarmee het rapport zegt: we moeten kiezen. Niet alles kan overal. Schaarste vraagt prioriteit.
Eindelijk durven kiezen
In een eerdere column pleitte ik voor een actieve economische strategie waarin we bedrijven in vier categorieën indelen: kroonjuwelen die we koesteren, hervormingskandidaten die moeten veranderen, marktdeelnemers die hun gang gaan, en afbouwsectoren die we laten gaan. Het rapport-Wennink doet precies dat. Het kiest vier domeinen waar Nederland in moet uitblinken: Digitalisering & AI, Veiligheid & Weerbaarheid, Energie & Klimaattechnologie, en Life Sciences & Biotechnologie.
Dit zijn geen vrijblijvende thema’s. Het zijn keuzes. Keuzes betekenen dat je middelen, ruimte en aandacht concentreert op wat het meeste oplevert. En dus ook accepteert dat andere sectoren minder middelen, ruimte en aandacht krijgen. Pappen en nathouden zorgt op korte termijn voor gelijkheid en minder ophef, maar op langere termijn eindigt iedereen even ontevreden.
Deze keuzes zijn enerzijds nodig omdat in een klein land als het onze geen plaats is voor alles. Anderzijds om regie te houden over onze eigen toekomst. Als er in de wereld zoveel veranderd en je kiest niet zelf, dan wordt er voor je gekozen. De oude ‘legacy’ economie blijft, want die kan geen kant op. De economie van de toekomst gaat aan je voorbij, want je hebt er geen plaats voor gemaakt. Als we willen dat Nederland een land blijft dat niet een afhankelijke speelbal is van de grillen van anderen, dan moeten we nu kiezen.
Niet alles hoeft perfect te zijn
Nu komt bij het lezen van het rapport (of, waarschijnlijker: bij het lezen over het rapport) in ons brein onvermijdelijk de verleiding op vooral stil te staan bij een onderdeel waar je het niet mee eens bent. Die verleiding is begrijpelijk - in elk rapport van deze omvang staan voorstellen waar je vraagtekens bij kunt zetten. Misschien vind je een specifieke maatregel onverstandig, of zie je een prioriteit die je zelf anders zou leggen.
Maar hier is de cruciale vraag: gaan we ons focussen op de 10-20% waar we het niet mee eens zijn, of op de 80-90% waarvan we onderkennen dat die Nederland echt vooruit helpt?
De vraag is niet ‘wat willen we?’, maar ‘kunnen we het dragen?’. En als je een onderdeel niet kunt dragen, is het geen zinnige reflex om het hele rapport te verwerpen, maar om te onderzoeken of we het doel op een andere manier kunnen bereiken. En voor jezelf een eerlijke en realistische vergelijking te maken: zelfs als een onderdeel je niet aanstaat, zijn we echt beter af als we om die reden de boel blokkeren? Of je nu het rapport 100% onderschrijft of maar voor de helft: Nederland is beter af als we het wel doorvoeren dan wanneer we het niet doen.
We kunnen niet altijd krijgen wat we willen. Maar als we ons best doen, krijgen we misschien wel wat we nodig hebben.
Niet alleen de politiek
Is de uitvoering van dit rapport alleen een taak voor de politiek? Nee. Absoluut niet.
Politiek en democratie drijven op draagvlak. En of er draagvlak is, dat bepalen wij samen. Dat is hoe wij de politiek voeden en bijsturen. Dat is hoe wij onze samenleving vormgeven. Mensen die het met (een deel van) het rapport oneens zijn, die zullen zich zeker laten horen. Dan is het ook zaak dat mensen die het er wel mee eens zijn, zich ook roeren.
Het rapport Wennink legt de bal op de stip. Om de bal in het doel te schieten is meer nodig. Dat moeten we samen doen - burgers, bedrijven, kennisinstellingen, investeerders. De bereidheid om te investeren, te vernieuwen en verantwoordelijkheid te nemen is breed aanwezig. Dus, zoals m’n vader zou zeggen: de wens is er. Nu nog de ferme wil om daadwerkelijk te doen wat nodig is.



