De kunst van overleven
En de keuze die nu voor ons ligt
Toen ik als jonge student begon in de financiële sector, kwam ik een man tegen die mijn denken voorgoed zou veranderen. Hij was mijn mentor. Hij had jarenlang in het vak gezeten. Hij was geen schreeuwer, geen visionair met grootse woorden, maar iemand die begreep wat er, als het erop aankomt, écht toe doet.
Toen ik op een gegeven moment vastzat en niet goed wist waar ik naartoe moest met mijn leven, vroeg ik hem wat ik moest doen. Hij gaf twee adviezen die ik nooit meer ben vergeten.
Het eerste wat hij zei? Doe vandaag datgene waar de Jona van over tien jaar je voor zal bedanken.
Zijn tweede advies was nog belangrijker: om te winnen, moet je eerst overleven. Neem al het risico van de wereld, maar zorg altijd dat je er morgen nog bent.
Wat hij bedoelde: risico nemen is een essentieel onderdeel van het leven, maar ondergang is fataal. Je mag alles op het spel zetten, behalve je bestaansrecht. Want wie morgen niet meer bestaat, kan vandaag niet winnen. Zet nooit alles op één kaart.
Het zijn deze woorden waar ik de afgelopen weken steeds weer aan moet denken, kijkend naar hoe Nederland zich verhoudt tot de energiecrisis die zich voor onze ogen ontvouwt. Want als er één les is die deze crisis ons leert, dan is het deze: een land dat zijn energievoorziening niet onder controle heeft, speelt met zijn eigen voortbestaan.
Het advies dat ons kabinet nu nodig heeft, is hetzelfde als het advies dat mijn oude mentor mij zou geven:
Neem vandaag de beslissingen waar Nederland over tien jaar dankbaar voor is. Neem risico’s, maar nooit het risico dat we er morgen niet meer zijn.
De maatregelen: een eerlijk oordeel
Het kabinet heeft zijn pakket gepresenteerd. En eerlijk is eerlijk: er zit meer in dan ik had verwacht en tegelijkertijd zit er ook nog niet genoeg in om een volgende crisis te voorkomen.
Laat ik beginnen met wat goed is.
Het kabinet kiest niet voor een generieke verlaging van de benzineprijs. Dat zou economisch gezien een kapitale fout zijn geweest: duur, ineffectief, en pervers, juist omdat je daarmee het gebruik van precies de brandstof stimuleert waarvan er te weinig is. Die keuze getuigt van economisch inzicht en vraagt politieke moed, want de roep om goedkopere brandstof aan de pomp is luid.
Het noodfonds voor huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening is eveneens precies waar het moet zijn. Gerichte steun voor wie de pijn het hardst voelt, in plaats van een universeel gebaar dat iedereen een beetje helpt en niemand echt.
De inruilsubsidie voor mensen met een laag inkomen die willen overstappen op een tweedehands elektrische auto is slim: het bestrijdt de symptomen én adresseert de oorzaak. Hetzelfde geldt voor de uitbreiding van het Nationaal Warmtefonds, de extra middelen voor verduurzaming van slecht geïsoleerde koopwoningen, de subsidie voor Verenigingen van Eigenaren en de Energiefixers die bij mensen thuis langsgaan. Dit zijn maatregelen die de energierekening structureel verlagen, niet tijdelijk verzachten.
Dat het kabinet vijf scenario’s heeft uitgewerkt, van groen tot zwart, en maatregelen voorbereidt voor elke fase, is ook goed nieuws. Het laat zien dat men nadenkt over wat er kan komen, en niet louter reageert op wat er al is. Het kabinet beweert nu dat we nog met z’n allen in fase 1 zitten, terwijl we volgens mij al gewoon in 2 zitten. De tijd om niet alleen na te denken, maar ook echt te gaan doen en besluiten.
Wat het pakket nog niet zegt en doet
Maar dan de realiteit.
Nederland bevindt zich voor gas in scenario geel, voor olie tussen geel en oranje. Dat zijn niet de makkelijkste scenario’s. En de vraag die het pakket niet beantwoordt, is ook de vraag die mijn mentor mij zou stellen: hoe zorgen we ervoor dat dit de laatste keer is?
De maatregelen zijn grotendeels gericht op de schade van vandaag. Dat is begrijpelijk en ook nodig. Maar de structurele kwetsbaarheid, het feit dat Nederland voor bijna 80 procent afhankelijk is van energie uit het buitenland, blijft intact. We halen energie uit landen wier beleid we niet kunnen sturen, en wier stabiliteit we niet kunnen garanderen. Vier jaar geleden was het Rusland. Nu zijn het de spanningen rond de Straat van Hormuz. Wie denkt dat dit de laatste keer is, vergist zich.
De Energie-investeringsaftrek voor bedrijven gaat omhoog, van 40 naar 45,5 procent. Dat helpt. De steun voor de visserij en de landbouw om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen en kunstmest is een stap in de goede richting. Maar een stap is geen sprint. En wat we nu nodig hebben, is tempo en meer impact. 50 Miljoen subsidie voor elektrische auto’s is mooi, maar natuurlijk nog lang niet genoeg.
Regeren is vooruitzien. Het pakket laat zien dat het kabinet dat begrijpt voor de korte termijn maatregelen. De vraag is of het ook bereid is de stappen te zetten die echt pijnlijk zijn, en die pas over jaren vruchten afwerpen. Een bosbrand blus je niet door er een glas water naartoe te gooien, die blus je op precies de plekken waar het brandt en tegelijkertijd neem je maatregelen dat het een volgende keer niet zo uit de hand kan lopen.
De uitnodiging die dit moment biedt
En hier wordt het voor mij interessant. Want dit pakket is geen eindpunt. Het is een beginpunt.
Het kabinet heeft de deur opengezet. Er staat nu een noodfonds, er zijn middelen voor verduurzaming, er is een crisisplan met scenario’s en er is politieke erkenning dat de situatie ernstig genoeg is om te handelen. Dat is meer dan er een jaar geleden lag.
Maar de echt moeilijke discussies zijn nog niet gevoerd. Hoe snel willen we onafhankelijk worden en wat zijn we bereid daarvoor te betalen? Hoe gaan we de netcongestie aanpakken die de elektrificatie van onze economie in de weg staat? Wat doen we met de Groningse putten, niet als politiek mijnenveld, maar als nuchter vraagstuk over een strategische reserve? Hoe maken we windparken, zon en warmtenetten snel genoeg groot om echt het verschil te maken?
Dit zijn de vragen die nu op tafel moeten komen. Niet pas als we in scenario rood zitten. Nu, terwijl we nog keuzes hebben.
Mijn mentor leerde mij dat je nooit alles op één kaart moet zetten. Nederland heeft dat de afgelopen decennia toch gedaan, eerst op Russisch gas, daarna op Amerikaans LNG en Qatarees gas. De les is telkens dezelfde: wie zijn energietoekomst in handen van anderen legt, verliest zijn eigen handelingsvermogen.
Oranje energie, energie van eigen bodem, onder eigen controle, is niet alleen een economische keuze. Het is een keuze voor soevereiniteit. Voor de zekerheid dat geen dictator of conflict elders in de wereld onze ziekenhuizen, onze supermarkten en onze verwarmde huizen in gevaar kan brengen.
Wat er nu van ons gevraagd wordt
De maatregelen liggen er. Het debat in de Kamer staat morgen (woensdag 22 april) gepland. Maar een debat is pas waardevol als ook de moeilijke vragen gesteld durven worden.
Wat ik hoop, is dat dit pakket het begin is van een groter gesprek. Tussen kabinet en Kamer, maar ook tussen politiek en samenleving. Over wat we echt willen. Over welke prijs we bereid zijn te betalen voor onafhankelijkheid. Over welke keuzes we onze kinderen willen besparen.
Want uiteindelijk geldt nog steeds wat mijn mentor mij leerde.
Doe vandaag datgene waar de Nederland van over tien jaar dankbaar voor is. Zorg dat je er morgen nog bent.
Het kabinet heeft een eerste stap gezet. Nu is het aan ons, als samenleving, als politiek, als burgers, om te bepalen of het bij die stap blijft. Of dat we de handschoen oppakken en samen de discussie starten die al te lang is uitgesteld.
Die keuze ligt niet in Den Haag. Die ligt bij ons allemaal.
Jona van Loenen is econoom en schrijft voor Voor Ons Nederland, dat werkt aan een sterkere democratie en echte vooruitgang. Meer informatie: vooronsnederland.nl




Het valt mij op dat de politiek de tweede tip vaak niet breeder trekt dan “de komende vier jaar”. Het is jammer, want vele problemen, net als deze, hebben een visie nodig die verder reikt dan vier jaar. Snel scoren en de problemen doorschuiven naar het volgende kabinet is helaas niet wat we nodig hebben. Ik hoop daarom dat er idd kritisch wordt gekeken naar de langere termijn.